Jan engels

Fietsplezier hangt niet alleen af van een gezonde basisconditie en een goed aangepaste fiets. Ook je positie op de fiets is cruciaal om letsels te vermijden. Vraag maar aan Jan Engels uit Bonheiden. Hij is kinesist en gepassioneerd fietser, en al bijna 20 jaar gespecialiseerd in fiets-ergonomie.

‘Je hoeft geen professional te zijn om langs te komen’, vertelt Jan. ‘Ik help iedereen die een passie heeft voor de fiets. Dat gaat van de postbode tot de absolute wereldtop in het wielrennen. Vooral actieve wielertoeristen die veel kilometers malen, hebben belang aan een goede fietspositie. Maar ik zie ook mountainbikers, gravel bikers, zelfs fietsers die de hele wereld rondtrekken. Hoe meer je op de fiets bent, hoe belangrijk de ergonomie.’

Andy Pruitt en Steve Hawk achterna

‘Ik ben al 38 jaar kinesist, en omdat ik zelf veel fiets, ken ik best wat mensen uit de fietswereld. Wanneer ze fysieke klachten hadden, kwamen ze naar mijn praktijk. Soms waren de problemen niet op een paar weken verholpen en kwamen ze terug. Daarom begon ik me te verdiepen in fietsproblemen en de juiste houding op de fiets.’

‘Wat bleek? Binnen Europa is er bitter weinig kennis over fiets-ergonomie. Op professioneel niveau blijft het vaak beperkt tot het minutieus opmeten van de fiets en daar dan voor elke renner de juiste positie voor te vinden. Maar steek je de oceaan over, heb je innoverende ergonomen als Andy Pruitt in de VS en Steve Hogg in Australië. Die hebben een veel bredere kijk op het belang van ergonomie om blessures te vermijden.’

Ergonomische driehoek

‘Fietsers komen om heel uiteenlopende reden naar mij. Soms preventief, nadat een andere renner uit de groep mij heeft aangeraden. Maar meestal is het naar aanleiding van concrete fysieke klachten. Dat kan gaan van rugklachten en zadelpijn tot pijn in de nek of de knie, of zelfs in de handen of voeten. Elk contactpunt met de fiets dat de trillingen opvangt, kan zorgen voor kwaaltjes of klachten.’

‘Ik start elke consultatie met drie basisvragen: de drie aspecten van de ergonomische driehoek. Hoe is de persoon fysiek gebouwd, wat zijn de concrete fietsambities, en hoe ziet het materiaal eruit? Soms zijn de ambities gewoon te hoog gegrepen voor de bouw van de persoon. Vaak komt het erop aan om nieuwe posities op de fiets aan te leren, aangepast aan hun plannen én lichaam.’

Op consultatie

Hoe ziet een consultatie bij zo’n fiets-ergonoom er precies uit? ‘Ik voorzie per patiënt een tweetal uren. Eerst is er een gesprek, zodat ik weet wat voor iemand het is. Wat is de achtergrond, waren er eerder al medische klachten? Heeft hij of zij een gezonde levensstijl, wat is de ervaring in het fietsen? Daarna peil ik uiteraard naar de concrete ambities: waar wil de patiënt precies naartoe?’

 

‘Dan volgt het klinisch onderzoek. Afhankelijk van de klacht of het doel kijken we naar de lenigheid van het lichaam, en verschillende lichaamsonderdelen. Moeten er gewrichten versterkt worden, of net versoepeld? Stuur ik de patiënt best naar de podoloog of heeft die genoeg aan een confectie-zool die voldoende steun biedt?’

‘In een derde fase kijken we naar de uitrusting: de schoenen en de fiets. Hoe is de fiets afgesteld, en hoe fietst de persoon? Dat is enorm belangrijk. Ik vraag daarom aan elke patiënt om in zijn of haar volledige fietsuitrusting te komen, met eigen fiets, om dan even op de rollen te fietsen. Zo kan ik die in volle activiteit examineren. Het gaat om de fietsbeweging, niet enkel om de juiste positionering. Dat verschil is echt cruciaal.’

Balans en autocorrectie

‘Ik focus op twee belangrijke zaken: de juiste balans op de fiets, en autocorrectie. Balans gaat over hoe de fietser op de fiets zit. Als je over je stuur hangt, fiets je heel anders dan als je achterover leunt. Het heeft een heel andere impact op het stuurgedrag. Ik kijk ook of alle spieren en gewrichten goed in balans zijn, of er geen spiergroepen over- of onderbelast zijn. Dat geeft gegarandeerd problemen.’

‘Ik merk tegenwoordig ook problemen die te maken hebben met autocorrectie. Vaak laten fietsers zich ergens testen, ze fietsen daar 10 minuten en op basis van die test wordt een techniek berekend. Maar dat geeft een vertekend beeld natuurlijk! Een fietser zal in de praktijk nooit gewoon 10 minuutjes fietsen, maar wellicht de hele dag, of zelfs weken aan een stuk. Je moet de resultaten van zo’n eenmalige fietstest dus extrapoleren naar veel langere afstanden. En dus een juiste fietshouding vinden op lange termijn.’

Hoog- en laagsensitieve fietsers

‘Elke fietser is anders, sommigen passen zich makkelijker aan dan anderen. Bij een jonge gast van 17 zal dat veel vlotter gaan dan bij een zestiger. Maar je hebt ook hoogsensitieve en laagsensitivieve fietsers. Neem een renner zoals Geraint Thomas. Als hij per ongeluk een andere fiets neemt, zal hij dat verschil niet voelen, zijn lichaam past zich meteen aan. Andere renners voelen meteen of ze op de juiste fiets zitten. Die kunnen dan een uur discussiëren over 1 millimeter verschil. Bij die mensen is de absolute perfectie in de afstelling nog belangrijker.’ 

‘Ongeacht het type fietser: ik wil iedereen helpen aan de perfecte houding. Ik wil ook dat ze niet alleen voelen hoe ze beter fietsen, maar ook met hun eigen ogen zien wat ze eventueel fout doen. Daarom maak ik ook altijd een filmpje van hun spin-test zodat ze hun eigen beweging kunnen observeren op een scherm. Daarbij kan ik hen dan concreet aantonen wat goed is en wat niet. Vaak voel je de impact van een nieuwe fietshouding pas na een week of drie, sommigen krijgen hier op mijn praktijk al de klik. Dat is eens zo leuk natuurlijk.’